Havenlicht van Lemmer
zondag 6 september 2015
Onze voorgangers (3)
Lemmer is de voornaamste poort naar Friesland met een druk scheepvaart verkeer. Gelukkig is het dorp voorzien van een paar lange havendammen met op het eind een grote vuurtoren van ijzeren traliewerk. Ze fietsen gauw verder vanwege de kermis die er is maar ook omdat de wind aantrekt en de wolken worden groter en steeds donkerder. Ze fietsen over de oude zeedijk. Landwaards in is het ook een prachtig gezicht. In het noordoosten blonk het Tjeukemeer. Door Thijsse betiteld als het mooiste van al de Friese meren. Zij fietsten richting Blokzijl. Wij lopen na Lemmer rechtdoor en wandelen via Oosterzee langs het Tjeukemeer.
maandag 27 april 2015
. . . maar waarom doe je dat dan . . .
Ruigahuizen - Lemmer
Kwart over zeven staan wij op de parkeerplaats bij de begraafplaats van Ruigahuizen een kopje koffie te drinken. Altijd een goede start van de wandeling. Voor vandaag werd vooral regen afgegeven. Het was een grauwe dag met het overgrote deel een miezerig regentje. We lopen na de koffie om de begraafplaats heen en volgen het paadje over de "rabatten". Deze werden aangelegd om het zeer natte gebied te ontwateren. Nadat we de grote weg over gestoken zijn komen we in het Harichster bos. In het bos komen we enkele smalle weilanden tegen. Die het geheel "open breken". Al gauw lopen we Harich binnen. Opvallend is de gemetselde spits van de toren. We lopen door het dorp uit en lopen met een grote boog om Balk heen en lopen het dorp aan de noordkant binnen. Bij de Luts aangekomen staan lopen we richting het oude raadhuis. Ik mis Herman Gorter die daar altijd aan de Luts stond. Een geschenk van het bedrijf waar ik destijds werkte aan het dorp Balk. Gelukkig nam Google mijn ongerustheid weg. Herman staat tegenwoordig op het F. D. Hoekstraplein.De route langs het Slotermeer is nog steeds niet in gebruik dus volgen we de doorgaande weg naar Wyckel. Even voor het dorp krijgen we een "raar" ommetje door het Van Coehoornbos. Het doel daarvan ontgaat ons. We zijn blij met het openbaar vervoer in Friesland. Het enig droge plekje op dat moment is de bushalte. We halen de koffie voor de dag, stallen de bekertjes uit op het bankje en wie zitten wil kan dat doen. Even uit de regen. Naar Sloten is het slechts 1,4 km en dan is het genieten van dat geweldige stadje. Even voor de Lemsterwaterpoort raken we aan de praat. Het is een Kamper die hier al jaren woont. Gelijk van de eerste dag heeft hij kennis gemaakt met de Friese bevolking. Hij wilde niet als buitenstaander door het leven gaan. Hij blijft echter het kamper dialect spreken, onbegrijpelijke woorden voor de meesten. Op een gegeven moment horen zijn dorpsgenoten dat hij iemand in ABN antwoord. Hun reactie was . . . "kun je dan nederlands spreken?" "Ja" is zijn antwoord, op hun vraag waarom hij dan het kamper dialect spreekt en geen nederlands dient hij hen van repliek . . . "jullie spreken toch ook Fries . . . ". We lopen langs de jachthaven de stad weer uit, de polder in. Langs het water zien we een Fuut op haar nest zitten. Prachtig, met de kop diep ingedoken tegen de wind.
Verder door de Graverijpolder met zijn petgaten die door het turfgraven zijn ontstaan. We kruisen de doorgaande weg Lemmer - Balk en komen aan bij de weg Sondel - Tacozijl . . . inderdaad de route die Jac. P. Thijsse destijds fietste. Rechts van ons ligt de Sondeler Leijen. Bij Tacozijl heeft de tijd niet stil gestaan. Achter de boerenplaats die Thijsse beschrijft staat een windmolen, en aan de oostkant is de poort gesloten. De ophaalbrug is gesloopt en de de sluis is vervangen door een stuw. Over de stuw is de Joodse begraafplaats. We vragen ons af waarom er een hoger deel is. Omdat de in 1802 aangekochte begraafplaats laag gelegen was en regelmatig overstroomde kreeg de Joodse gemeenschap van de burgemeester in 1876 een nieuw deel dat hoger gelegen was. We volgen het nieuw aangelegde fietspad naar Lemmer. Plotseling is er een zeecontainer zonder voor een achterkant in het fietspad verwerkt. Een geweldige plaats om even onderdak van een soepje te genieten. We lopen om de Lemsterhoek heen en zien de drukke Prinses Margrietsluis, voor vandaag het eindpunt.
maandag 20 april 2015
Onze voorgangers (2)
Zaterdag starten we bij het kerkhof van Ruigahuizen en lopen we naar Lemmer. Omdat er voor Jac. P. Thijsse en de Mater geen plaats is in Kippenburg en Rijs fietsen ze door naar Balk. Inmiddels is het avond geworden als ze het dorp binnenrijden. Vanuit het dorp maken ze een avond wandeling langs de Luts naar het Slotermeer. Mogelijk hebben ze geslapen in het Logement Teernstra dat in het dorp aan de Luts ligt. Sinds 2007 staat de route naar het Slotermeer al op kaart. In augustus 2014 was het nog niet mogelijk daar langs te lopen. Hoe zal dat zaterdag zijn? Thijsse zit de volgende morgen al weer vroeg op 't wiel. Ze willen op tijd aan de Zuiderzeekust zijn. Aan het eind van de dag fietsen ze naar Sondel en vandaar naar Tacozijl. Bij de Sondeler Leyen komen we op dezelfde weg en lopen ook richting Tacozijl. Van de westzijde ziet hij een groote boerenplaats, aardig in de bomen. Aan de andere kant van de boerderij is de ophaalbrug en de herberg / sluiswachterswoning. Tacozijl was in die dagen nog een van de poorten van Friesland waar de scheepvaart Friesland in en uit gingen. Lemmer noemt hij terecht als de voornaamste poort. Daar ligt ook ons einddoel, de Prinses Margrietsluis.
Tacozijl vanuit het westen
Tacozijl vanuit het oosten
zondag 11 januari 2015
Door een bijzondere laan
Stavoren - Ruigahuizen
De avond ervoor wordt er nog even getwijfeld, er wordt onstuimig weer verwacht, blazen we het af of . . . . En we gaan, we zien het ook wel weer als een uitdaging. In de beschutting van een rij huizen drinken we aan de oude haven een kop koffie. Tegenover ons ligt het station waar Thijsse destijds met de boot aankwam. De gracht in de binnenstad waar de kinderen met bootjes voeren lag droog. Er staat een stevige wind, kracht 8 tussen zuid en zuidwest in. Als we achter de beschutting bij het IJsselmeer aankomen krijgen we de volle laag. We lopen via het sluizencomplex en het gemaal naar de dijk en lopen over de kruin. De wind doet verwoede pogingen om ons onder te krijgen, het lukt hem niet. Stug lopen we door, klimmen over de hekken en genieten van het uitzicht. Dan komt het Rode Klif in zicht. Exact zoals Thijsse omschrijft, de groene heuvel is verre van rood en glooit zacht naar het water aan de voet. Bovenop de geweldige steen met de lijfspreuk van de vrije Friezen uit 1345. De herinnering aan de slag bij Warns toen de Friezen korte metten maakten met de Hollanders die het gemunt hadden op Friesland en het rijke Stavoren. We volgen vanaf hier de weg langs de dijk en zien vrij snel Laaksum liggen. In 2012 werd daar de 100 jarige verjaardag van dit kleine haventje gevierd. Het was tientallen jaren een nuttige vluchthaven voor de vissers van Laaksum. We lopen verder richting Mirns en Bakhuizen. Vanaf de dijk hebben we het zicht op de uitgestrekte rietvelden van de Mokkebank. Bij de vogelkijkhut nemen we een kijkje over de zandbank die geheel verlaten is. Geen vogel te bekennen.
Na Bakhuizen gaat het naar het Rijsterbos. Het is nog steeds droog. We verbazen ons over de glooiende weiden die we zien. Hier begint het wat te miezeren. Door het fraaie bos heen waar we door een fietsende voorbijganger gewezen worden op de Steenkist, een voormalig graf gebouwd door mensen uit de trechterbekercultuur. Het werd in 1849 door een bosarbeider gevonden. Langs de rand van het bos lopen we door. Even voorbij Rijs houd de regen op.
Over de Oude Balksterweg vervolgen we onze tocht. Langs het pad liggen de gekapte douglassparren. Het gevarieerde bos was aanvankelijk beplant met eikenhakhout. Eind 19e eeuw is omgezet in een opgaand bos met o.a. naaldhout. Bij de Sminkevaart steken we het water over via de Schaarslijpersbrug, vernoemd naar de rondtrekkende ambachtsman die als eerste de brug passeerde. We komen uit bij Kippenburg, Jac. P. Thijsse schrijft dat het vol is en dat hij daar geen onderdak kan krijgen. Bij de bouw van het huidige huis in 1834 was het aanvankelijk een kippenboerderij. Later werd het gebruikt als café en logement. Even verder slaan we rechtsaf de Boekesingel in. Een prachtige laan met beuken. De oude beuken zijn stuk voor stuk voorzien van inscripties van verliefde stelletjes.
We eindigen de tocht bij het kerkhof van Ruigahuizen. Boven in de klokkenstoel hangt een klok uit een gesloopte kerk uit Leeuwarden. Zijn oude voorganger is in 1975 spoorloos verdwenen.
zondag 4 januari 2015
Onze voorgangers (1)
De eerste wandeling staat gepland voor zaterdag 10 januari. Iedereen heeft er zin in! Geen wonder het is weer een helemaal nieuw pad. Hoe zullen we dat beleven, gaan we de plaatsen nog herkennen zoals Jac. P. Thijsse ze omschreef in zijn boek. We zullen ongetwijfeld plekjes zien die hij niet zag. Hij verkende de omgeving rondom de Zuiderzee per fiets en wij gaan per voet. Zelf houd hij van de rust, zijn vrouw vind het stadje Stavoren nog doder dan ze zich had voorgesteld. Ze stappen op de fiets en verbazen zich om de friese kinderen die zo bereidwillig de hekken voor hem open doen. Als ze er doorgaan en de kinderen vriendelijk bedanken krijgen ze een heel wat minder vriendelijk opmerking terug. Niet wetend dat de kinderen meer belang bij geld (de hekkecenten) hadden dan bij goede woorden. Na het Rode Klif, dat eerder een groene heuvel is, komen ze in Laaxum. Even door Laaxum heen krioelt het in zee van de watervogels. Zo fietsen ze door de avondlucht langs kleine boerenhuisje naar de hoge bomen, de lanen van Rijs. Omdat voor Thijsse in Rijs geen onderdak is fietsen ze door naar Balk. Ons einddoel is Ruigahuizen.
Stavoren
Rode Klif
Laaxum
vrijdag 28 november 2014
Voorbericht
In dit boek vertelt een wandelaar vluchtig van wat hij alzoo heeft ondervonden en wat hem door het hoofd is gegaan bij uitstapjes langs en over de Zuiderzee. Als je alles goed zoudt vertellen van al die aardige steden, al die mooie landschappen en van alles wat er in den zomer en in den winter langs die stranden leeft, dan waren daar wel tien albums voor nodig, dan zou om zoo te zeggen "une mer à boire" zijn. We hebben ons echter beperkt en als ge nu zelf de zee gaat bevaren en haar oevers betoeren, dan kunt ge 't genoegen hebben, nog weer veel nieuws erbij te ontdekken. Wenckebach en Voerman hebben alweer twee derden van de plaatjes geteekend, de overige zijn gemaakt door een schilder, die zijn woonplaats niet ver van 't Zuiderzeestrand heeft, den heer Edzard Koning uit Nunspeet.
Ga nu de Zuiderzee zien eer het te laat is. Want lang zal 't niet duren, of groene polders vervangen de kabbelende golfjes. Hoe dat in zijn werk zal gaan en wat het te beduiden heeft, vertelt een man van zaken in een afzonderlijk hoofdstukje.
En als dit nieuwe wandel-album naar uw zin is, dan maken wij er nog meer, want er valt in ons kleine Nederland genoeg te beleven.
Jac. P. Thijsse
Het voorwoord in het boek "Langs de Zuiderzee" zoals het, 100 jaar geleden, in 1914 door Jac. P. Thijsse werd geschreven. Het hoofdstukje over de drooglegging werd geschreven door E. A. Veen die medewerker van Verkade was.
Jacobus Pieter Thijsse (1865 - 1945), onderwijzer, veldbioloog en natuurbeschermer.
Ga nu de Zuiderzee zien eer het te laat is. Want lang zal 't niet duren, of groene polders vervangen de kabbelende golfjes. Hoe dat in zijn werk zal gaan en wat het te beduiden heeft, vertelt een man van zaken in een afzonderlijk hoofdstukje.
En als dit nieuwe wandel-album naar uw zin is, dan maken wij er nog meer, want er valt in ons kleine Nederland genoeg te beleven.
Jac. P. Thijsse
Het voorwoord in het boek "Langs de Zuiderzee" zoals het, 100 jaar geleden, in 1914 door Jac. P. Thijsse werd geschreven. Het hoofdstukje over de drooglegging werd geschreven door E. A. Veen die medewerker van Verkade was.
Jacobus Pieter Thijsse (1865 - 1945), onderwijzer, veldbioloog en natuurbeschermer.
donderdag 27 november 2014
. . . dit nieuwe wandelalbum
In 1914 kwam "Langs de Zuiderzee" uit als eerste van een reeks toeristische landschapsbeschrijvingen. Thijsse zelf sprak over het nieuwe wandelalbum. In de jaren na het verschijnen van de albums hebben onvoorstelbare ontwikkelingen het aanzien en de kaart van Nederland veranderd. Spectaculair was de drooglegging van een deel van de Zuiderzee. Jac. P. Thijsse heeft geweten wat de gevolgen waren. Hij schreef in zijn voorwoord "Ga nu de Zuiderzee zien eer het te laat is. Wij moeten het, na de dijk door de Zuiderzee, het doen met een IJsselmeer. Toch blijft het gebied, ondanks alle veranderingen, van grote betekenis. En toch zijn er ook nog plekjes die gebleven zijn zo als ze in het boek op de plaatjes staan. Dat schreef Roelof Jan Benthem in 1984 bij de heruitgave van dit boek. Wij gaan kijken of we er niet aan voorbijlopen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


























